Affectieve aanraking:
- Is belangeloos
- Is erop gericht de ander te laten voelen dat hij of zij goed is en dat het goede deugd doet
- Geldt als een verbijzondering en vermeerdering van het zijn of het bestaan
- Komt tot uiting in het zogeheten drieluik van de haptonomie waarin tactiele aanraking een zeer belangrijke plaats heeft
- Kent binnen dat eerdergenoemde drieluik drie faseringen waarin de betekenis van de tastzin in ontmoetende en dragende kwaliteiten aangesproken, verhelderd en ontwikkeld wordt
- Wordt herkend omdat een mens over die mogelijkheid tot herkenning beschikt
- Is affectief omdat het gaat over het menselijk vermogen om in gevoelsbetrokkenheid die zonder claim is met de ander te zijn
Affectiviteit:
- Is volgens psychiater Anna Terruwe het toelachen in het wezen van de ander
- Leidt tot een gevoel van aanvaard te weten: ‘thuiskomen’
- Wordt in haptonomie als wederkerig gezien tussen cliënt en therapeut
- Kan effectiviteit zo ombuigen waarmee het effect-handelen een andere dimensie krijgt
- Wordt gestimuleerd door tast-ervaringen waarmee zinnen en zintuigen zich ontwikkelen en eigenwaarde en een zelfbeeld zich kunnen ontwikkelen zodat een nieuw, affectief verleden kan worden gegeven
- Breekt menselijk leven stuk als die wordt verlaten
Haptotherapeut:
- Ziet de eigen lichaamsbeleving als een ijkpunt van handelen
- Kan ontmoeten waarbij de ontmoeting opgevat wordt als een samenzijn in een participerende verstandhouding met de ander: ‘meelevend en meegevend’
- Schept een klimaat van veiligheid waarmee de ander zich in de aanwezigheid opgenomen voelt waarin confrontatie en het toetsen op belastbaarheid zouden kunnen plaatsvinden
- Nadert de ander met behoud van distantie waarbij het in die distantie gaat om de uiting van het respect voor de wezenskern van de ander
- Is in staat vormen van hechtingsgedrag bij zichzelf en de ander te herkennen
Bron:
Laurens de Kleine (red.), ‘Tederheid, bevestiging en samenleven – Lezingen van T.A.C.M. Gerritse, W. Pollmann-Wardenier en B. Boot’, Doorn 2006 pp. 27-37
