Vriendschap:
- Is een keuze die telkens een nieuw begin na een afscheid veronderstelt waarbinnen het vertrouwen toeneemt door soepelheid en inventiviteit
- Gaat uit van wie iemand is dat niet innerlijk maar lijfelijk (door stem en gebaren) wordt bepaald met een waarneming ervan door de ander
- Is een vorm van liefde die een band tussen mensen smeedt als een voorwaarde voor het hebben van liefde voor de wereld ofwel ‘amor mundi’
- Zorgt ervoor dat gesprekken niet ophouden omdat er vreugde bestaat op grond van het feit dat er geen waarheid is
- Is iets waarbij we hopen dat de ander te vertrouwen blijft
- Vergt een zekere kennis tot de wereld terwijl de mens bij geboorte wereldvreemd is (omdat die in de wereld niet meteen thuis is en inzicht krijgt in eigen bewustzijn en sterfelijkheid)
- Kent twee morele drijfveren: gevoelens (liefde, nabijheid) en respect (waarin terughouding zit)
- Maakt door de communicatie denken en oordelen mogelijk over betekenis en de zin van het bestaan omdat het eigen denken met dat van anderen wordt verbreed
- Gaat gepaard met verantwoordelijkheid voor de wereld van tussen de mensen
- Is als een politiek concept een wereldse, publieke aangelegenheid vergelijkbaar met de oud-Griekse polis
- Is moedig en in de oud-Griekse samenleving het fundament van de polis of de oud-Griekse stadstaat: het gaat daarbij om een risicovolle (‘strijdbare’) vriendschap die niet voor de hand hoeft te liggen maar uiteindelijk tot een vertrouwen of geloof in een waarheid kan leiden
- Veronderstelt dat elke deelnemer met zichzelf kan leven omdat iemand pas dan in aanmerking komt een strijdbare vriend te kunnen zijn
- Geeft zoals bedoeld in de polis dus een inspiratie tot participatie in de publieke zaak
- Is politiek relevant omdat samen liefde en zorg voor de wereld wordt gekoesterd (‘amor mundi’)
- Is een ruimte waar we ontmoeten en waarachtig luisteren, ook over grenzen van tijd en ruimte en taal en cultuur heen, waarbij de voorwaarde bestaat tot bereidheid om met anderen die in hun uniciteit verschillen samen te leven
- Creëert een web van onderlinge betrekkingen dat gekarakteriseerd wordt door de twee menselijke condities van nataliteit (omdat er steeds nieuwe mensen op de wereld komen kan de mens opnieuw beginnen) en van pluraliteit (mensen verschillen van elkaar) en waarin kan worden geoordeeld over wat ‘goed’ of ‘fout’ is waarmee ’sensus communis’, dat wil zeggen een gemeenschapszin ontstaat
- Markeert een mogelijkheid om in te kunnen grijpen in de loop van de geschiedenis (‘nataliteit’)
- Geeft, ook in het web van betrekkingen, een gevoel van thuis zijn met elkaar zoals vrienden praten aan een ronde tafel waarbij elke vriend een eigen invalshoek heeft naar de tafel die voor een ‘tussen’ staat en vriendschap enerzijds verbindt maar ook scheidt (in vriendschap is het immers nodig bij elkaar te zijn maar ook elkaar met rust te laten)
- Leidt tot uitwisseling van de gedachten zonder reserves waarbij het denken zelf wordt verrijkt en verschillen van mening niet hoeven worden opgelost
- Is iets anders dan een passie of affectie tussen twee of met meer mensen die de ‘tafel van het tussen’, die ons met anderen verbindt, vernietigt en waarmee een realiteit uit het oog wordt verloren (‘liefde maakt blind’) en daarmee alles apolitiek wordt
- Leidt tot publieke vrijheid en geluk door deelname aan een politieke besluitvorming in een participatieve democratie
- Verdraagt geen focus op het individu omdat dan geloofd wordt dat vrijheid begint waar politiek eindigt
- Zal bij onwil die te sluiten leiden tot morele onverschilligheid
- Is de basis voor een niet-egoïstische zijnsfilosofie
Bron:
Lieve Goorden, ‘Het geluk van nabijheid – Hannah Arendt over vriendschap en democratie’, ISVW Uitgevers, Leusden, 2024
