Joop Berding, ‘John Dewey: ‘Ervaring is de motor die ons voert naar kennis en die ons de wereld in brede zin laat kennen. Zoveel en zo veelzijdig mogelijk.’, https://nivoz.nl/nl/john-dewey-ervaring-is-de-motor-die-ons-voert-naar-kennis-en-die-ons-de-wereld-in-brede-zin-laat-kennen-zoveel-en-zo-veelzijdig-mogelijk, Nederlands Instituut voor Onderwijs en Opvoedingszaken – Stichting NIVOZ (4 januari 2018)

Ervaring is het filosofische kernbegrip van Dewey, en het is ook zijn belangrijkste pedagogische begrip. Hij doelt ermee op het handelen, het ‘doen’ van mensen en het ondergaan van de consequenties van dat handelen. Ervaring heeft dus een dubbelzijdig karakter: doen en ondergaan. In dit opzicht is de mens niet uniek: alle levende wezens zijn in staat iets te doen en ze ondergaan het effect daarvan op hun organisme. Ervaring is een belangrijk mechanisme van het in stand houden van de relatie tussen organisme en omgeving. Menselijke ervaring kent echter nog een verbijzondering en die zou men culturele ervaring, of beter: cultureel bemiddelde ervaring kunnen noemen. Mensen zijn niet alleen in staat om iets te doen, maar ook om daarover te communiceren, om anderen de betekenis van dat handelen duidelijk te maken. Taal speelt hier een cruciale rol in. Van onze opvoeders krijgen we als we nog heel jong zijn de taalgereedschappen aangereikt waarmee we betekenissen aan onze daden kunnen hechten en hierover communiceren. (…) Ervaring start niet per definitie vanuit dit talige of cognitieve. Sterker nog: Dewey benadrukt dat veel van onze ervaringen emotioneel of gevoelsmatig ‘getriggerd’ worden. (…) Dat menselijke ervaring cultureel bemiddeld is – met andere woorden: dat zich tussen mensen en de wereld de cultuur, de taal heeft geschoven – kunnen we ook nog anders benoemen, namelijk met een term van Dewey als interactie. Hiermee duidt hij aan dat individu en wereld twee aspecten van een systeem zijn die met elkaar in verband staan, elkaar wederzijds beïnvloeden.