Tederheid:
- Is een gemoedsaandoening
- Is de gemoedsaandoening waarin mensen de kwetsbare-geliefde ervaren in kwetsbaarheid en liefde tegelijk
- Ontstaat niet uit een vrije keuze maar is wat iemand overkomt
- Kan innerlijk genegeerd of weggedrukt worden maar blijft in een mens aanwezig
- Leidt vanzelf tot een reiniging of ‘catharsis’ van innerlijke barricades die contact in de weg staan
- Leidt tot een authentiek leven
- Wordt ervaren in het levende lichaam dat de aard van de relatie met de ander verstaat
- Staat gelijk aan het ervaren van kwetsbaarheid
- Staat gelijk aan het ervaren van liefde
- Is ongelijk aan het moeten
- Kent een oneindige waarde omdat tederheid te maken heeft met het aanpassen aan de oneindigheid van de ander
- Houdt een behoefte in tot omhulling tegen gevaar en koestering
- Is een bevestiging van een andermans ‘zo-zijn’
- Is met de ander in het hier-en-nu
- Kenmerkt zich door een zachte intensiteit die in andere gemoedstoestanden niet voorkomt
- Geldt als het optimum van de gevoelde goedheid binnen de bevestigende relatie
- Kent geen begrenzing
Communicatie:
- Wordt gedragen door een vertederende en een vertederde
- Waarin de vertederde alles verdraagt van de vertederende
- Waarin de vertederende op het moment van vertedering geheel wordt geaccepteerd zoals die is
- Waarin elk defect van de vertederende voor de ervaring van de vertederde tot kwetsbaarheid wordt getransformeerd
- Waarin met een herkenning van wat waardevol is door de vertederende gezien wordt als wat de vertederde goed doet
- Waarbij de bereidheid bestaat om al op voorhand misdragingen van de vertederende te accepteren waarmee in de kwetsbaarheid een sterke onderlinge band met de vertederde ontstaat
- Waarin taal wordt gesproken die als vanzelf door een vertederde wordt verstaan
- Waarin motoriek volledig aan elkaar is geadapteerd
- Waarin synchroniciteit van adembeweging is
- Waarin de vertederde spreekt over dingen die op het moment van vertedering in het gemoed opkomen
- Waarin aanraking als onontkoombaar ervaren wordt
Bevestiging:
- Betekent een ja-zeggen en een vastmaken aan het eigen wezen
- Is geen weten in de sfeer van denken maar een voelen
- Opent het gemoed waarmee affectieve ontwikkeling begint vergelijkbaar met de vroege moeder-kind-relatie
- Gaat over elk gedrag van de ander die iemand laat voelen dat je goed bent en mag zijn wie je bent
- Leidt tot openheid naar de wereld
- Werd uitgebreid beschreven door psychiater Anna Terruwe
Oneindigheid:
- Houdt in dat de betekenis van de ander geen grenzen voor mij heeft
- Heeft ermee te maken dat ik nooit uitputtend kan ervaren wat de ander is
- Werd uitgebreid beschreven door filosoof Emmanuel Levinas
Koestering:
- Is een uitingsvorm van tederheid
- Appelleert aan innerlijke groeikracht zelfs in een stervensproces
- Gaat vergezeld met een omhullend, koesterend gebaar
Bron:
Laurens de Kleine (red.), ‘Tederheid, bevestiging en samenleven – Lezingen van T.A.C.M. Gerritse, W. Pollmann-Wardenier en B. Boot’, Doorn 2006 pp. 5-27
