De mythe van de veilige therapeut

Wilma van Dusseldorp, ‘De mythe van de veilige therapeut’, Wilma van Dusseldorp via LinkedIn (22 oktober 2025)

Wat ‘veilig’ voelt, is niet altijd wat helend is. Vaak voelt het veilig omdat het vertrouwd is. (…) En wat vertrouwd is, kan zomaar eens het oude overlevingspatroon zijn. (…) Misschien gaat therapie niet over veiligheid, maar over het langzaam leren verdragen van onveiligheid in aanwezigheid.

Enkele notities uit ‘Kant’ door Marcus Willaschek uit 2024

Algemeen

  • Kant neemt posities die met elkaar in strijd zijn in het denken op en laat zien hoe die met elkaar in overeenstemming kunnen worden gebracht ten behoeve van vrede
  • Is realistisch en idealistisch
  • Daarmee ontstaat een nieuw begrip van ons standpunt in de wereld
  • Theorie en praktijk, denken en handelen, zijn niet tegengesteld aan elkaar maar gaan in elkaar over omdat theorie in dienst van de praktijk staat
  • Pleit in navolging van zijn voorgangers voor een eeuwige vrede zoals natuur die laat zien maar die verhinderd wordt door de mens die neigt naar contractbreuk en gewelddadigheid
  • Stelt een direct verband tussen de aarde in de bolvorm als globe en de globalisering van handel en het idee van kosmopolitisme
  • Het wereldburgerrecht is een noodzakelijke aanvulling op het staats- en volkenrecht
  • Het hoogste politieke goed is de vrede

De mens

  • Is een doel op zichzelf en heeft daarom een innerlijke waarde
  • Handelt dat voorrang heeft boven het bezit van zuiver theoretische kennis
  • Bepaalt zichzelf en vervolmaakt zich door morele verbetering met cultivering en civilisering
  • Kan net zoals voor alle levende wezens geldt alleen door de doelen ervan worden verklaard
  • Kent een gelukswaardigheid die gelukzaligheid veroorzaakt
  • Heeft het vermogen tot morele zelfwetgeving en zelfbeschikking dat autonomie geeft
  • Heeft een gevoelsvermogen waarmee dingen zonder erover te hoeven nadenken als positief of negatief beoordeeld worden zoals in een verhouding tussen lust en onlust
  • Is een geboren egoïst omdat het eigen welzijn zwaarder weegt dan het moreel juiste
  • Kent egoistische handelingen die leiden tot tegenstellingen tussen individuen maar waarvan effecten bevordelijk zijn voor algemeen welzijn
  • Heeft egoistische handelingen die door het recht worden begrensd waarmee een geciviliseerd leven mogelijk is
  • Moet om het goede te kunnen doen de afweging omkeren tussen eigenbelang en moraal
  • Moet idealen realiseren tot die er zeker van is dat iets onmogelijk is
  • Moet handelen volgens een universele regel die onvoorwaardelijk geldig is ofwel het ‘categorische imperatief’ dat zich onderscheidt van het ‘hypothetische imperatief’ (dat alleen geldt voor diegenen die een specifiek doel nastreven)
  • Kent een menselijke waardigheid die afhangt van de morele kwaliteit van het willen en handelen (dus niet van status o.i.d.)
  • Kent ruimte en tijd als vormen van aanschouwing en zijn de ordeningskaders tot de wereld (dit heet ‘transcendentaal idealisme’)
  • Is verlicht als die wordt bevrijd uit de afhankelijkheid van het oordeel van anderen
  • Waarvan verlichting wordt bereikt door vrijheid van meningsuiting en persvrijheid (en waarbij de verlichting zowel individueel als maatschappelijk een taak bij de opvoeding is)
  • Waarbij die verlichting leidt tot morele vooruitgang
  • Beschikt over zielsvermogens die vaak gebaseerd zijn op ervaringen die gegrondvest zijn in kennen, handelen en oordelen

Menselijke kennis

  • Ontstaat door ons begrip van dingen zintuiglijk te maken zodat we er iets uit de wereld mee kunnen kennen
  • Ontstaat uit een onbewuste samenwerking tussen zintuiglijkheid en verstand
  • Ontstaat niet alleen uit eigenschappen van door de mens gekende dingen maar ook uit de manier waarop die aan ons verschijnen op grond van onze cognitie en waarin de kennisstructuur dus een rol speelt
  • Heeft alleen betrekking op de objecten van onze ervaring
  • Ontstaat bij het streven naar permanente vooruitgang; zelfs over de generaties
  • Is waarvan de rede ons kennis geeft over de realiteit die onafhankelijk is van onze ervaring
  • Is waarbij de rede een doel op zich is, menselijke waardigheid verleent en de mens op die manier met het goddelijke verbindt
  • Is waarin de praktische rede het vermogen is tot een redelijk denken dat leidt tot (moreel) juist handelen en dit vergt oordelend vermogen
  • Is waarin de theoretische rede gericht is op de kennis van de waarheid
  • Die ontstaat uit morele aanspreekbaarheid van de de mens waarvoor behalve naastenliefde en zelfrespect zintuigelijk-emotionele voorwaarden nodig zijn
  • Wordt gevormd vanuit intersubjectiviteit waaruit een ‘objectieve’ moraal volgt

Vrijheid

  • Is een vrijheid van iets (negatieve vrijheid) en een vrijheid tot iets (positieve vrijheid)
  • Kent een uiterlijke vrijheid van handelen en een innerlijke vrijheid van denken en willen
  • Is waarin de wilsvrijheid niet alleen de vrijheid van handelen is maar veen vermogen tot oriëntatie op een besluit daartoe vergt op basis van het categorisch imperatief

Opvoeding

  • Waarvan de gedachten van Kant beïnvloed zijn door het werk van Rousseau
  • Is pas goed als het goede in de wereld is gezet
  • Gaat erom dat kinderen leren denken en verlicht worden
  • Is gericht op maatschappelijke en morele vooruitgang die over de generaties wordt bereikt
  • Is waarmee elke natuurlijke aanleg in de mens moet worden ontwikkeld maar maximale ontwikkeling die niet allen voor het individu maar voor de soort mogelijk wordt
  • Start vanuit de positie van onvrijheid: het pasgeboren kind is niet vrij is omdat dwangmatig naar instincten wordt gehandeld en van waaruit pas later een vrij handelend en vrij denkend mens kan voortkomen
  • Moet het kind onafhankelijk maken waarmee het zichzelf in stand kan houden en een nuttig en tevreden lid van de gemeenschap kan zijn
  • Moet leiden tot een mens als een autonoom, moreel subject dat over een innerlijke waarde van menswaardigheid beschikt en die ook eerbiedigt bij andere mensen
  • Bestaat uit disciplinering, cultivering, civilisering en moralisering
  • Bestaat bij disciplinering uit tucht omdat wildheid getemd moet worden
  • Bestaat bij cultivering uit de ontwikkeling van kennis en vaardigheden waarvoor speelsheid maar ook arbeid nodig is
  • Is waarin dwang gerechtvaardigd is als die helpt om vrijheid mogelijk te maken
  • Draagt bij aan de best mogelijke wereld dat niet de wereld is waarin we leven maar die we moeten voortbrengen

Bron

Marcus Willaschek, ‘Kant – De revolutie van het denken’, Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2024

Biografie ‘Leven voor een leer – Anna Terruwe (1911-2004)’ via Open Acces

Marit Monteiro, ‘Leven voor een leer – Anna Terruwe (1911-2004)’, Amsterdam University Press, 2025

Anna Terruwe opende in september 1945 een praktijk als zenuwarts in Nijmegen. Zij kwam in conflict met kerkelijke gezagsdragers over de morele verantwoordelijkheid van katholieken met psychische problemen. Daarna maakte zij naam als grondlegger van de bevestigingsleer, die draait om het versterken van elkaars eigenwaarde door waarachtige wederzijdse aandacht.

Sport als kritiek op modernistisch gedachtegoed

Leo Aquina, ‘Sport als kritiek op modernistisch gedachtegoed’, Sport Knowhow XL (25 september 2025)

Er is veel geschreven over de relevantie van Serres’ gedachtegoed voor het onderwijs, de technologie en de ecologie, maar niet over zijn betekenis voor de sportfilosofie. Sport is in de filosofie toch nog vaak een ondergeschoven kindje. (…) In Serres denken over sport zit volgens Houterman een filosofische kritiek op het modernisme verpakt. (…) Vanaf de 16de en 17de eeuw zijn we de mens als meester en bezitter van de natuur gaan zien. Volgens Serres verhouden we ons op een andere manier tot de natuur en die rugbybal is een mooi voorbeeld. Je bent geen heerser over de bal. Er zijn zoveel factoren die het spel beïnvloeden. Uiteindelijk bepaalt de rondgang van de bal hoe het spel zich ontwikkelt. Op die manier geeft de sport zelf kritiek op het moderne zelfbeeld.