L’haptopsychothérapie fait un appel essentiel à la créativité

Redactie La Maison, ‘L’haptopsychothérapie fait un appel essentiel à la créativité’, La Maison de l’Haptonomie – CIRDH Frans Veldman via LinkedIn (april 2025)

L’haptopsychothérapie fait un appel essentiel à la créativité. En aidant la personne à recouvrer, restaurer ou développer sa santé psychique et affective, l’haptopsychothérapie fait appel aux ressources de la personne à mobiliser sa libido vitalis. Par là même, la personne s’exprime au sein des expériences de représentation par des actes, actions, attitudes qui émanent au mieux de sa propre personne, qui expriment sa propre aptitude à créer, à innover. Elle est se créant ; révélant ceci par ses œuvres de création artistique et par l’expression de ses émotions et sentiments qui émergent dans le climat de sécurité. (…) Dans ce contexte, nous devons nous demander quelle est la place prise par le patient et celle prise par le thérapeute lors d’une thérapie regardée comme acte même de création : celui de la maturation, de l’épanouissement toujours novateur de l’affectivité.

Haptonomie en water zijn beste maatjes

STH Water. ‘Haptonomie en water zijn beste maatjes’, STH Water via Facebook (gezien op 7 mei 2025)

Een kennismakingsworkshop haptotherapie in warm water voor haptotherapeuten en haptotherapeuten in opleiding. (…) Het water doet een appèl op ons (vermogen tot) voelen. De haptische fenomenen zijn voelbaar in het water. Precies in de maat, zelfs als je het water vreest. (…) Stap in een warm bad en word van top tot teen aangeraakt, naadloos omhuld door het water.

Pedagoog Thyme van den Beuken ontdekte hoe de filosofie zijn vak helpt

Lodewijk Dros, ‘Pedagoog Thyme van den Beuken ontdekte hoe de filosofie zijn vak helpt: ‘Dat is een verrijking’, Trouw (30 maart 2025)

Ik ben filosofie gaan studeren omdat ik zag: we moeten de pedagogiek óók op waarden baseren. Opvoeding gaat over intenties van ouders. Wat zijn hun idealen? (…) Het bijna objectieve, meetbare, uniforme ideaal dat pedagogiek lang heeft nagestreefd en nog steeds nastreeft, voldoet niet als enig methode. Er zijn zoveel levensbeschouwingen en manieren om in de wereld te staan.

Op eigen benen samen

Jozien Wijnakker, ‘Op eigen benen samen’, HaptoCoach (gezien op 19 april 2024)

Afhankelijkheid lijkt uit de mode. Onafhankelijk je eigen regie voeren dat ‘is’ de bedoeling. Zelfredzaamheid. Eigen verantwoordelijkheid. Op eigen benen staan. Je eigen problemen oplossen. Niemand nodig hebben.
Het wordt aan alle kanten aangemoedigd en ik doe daar aan mee en toch klopt er iets niet voor mij.
Hoe zit het dan met samen menszijn, met affectieve bevestiging, met elkaar wel degelijk nodig hebben, met partnerschap, vriendschap, nabuurschap en last but not least met familie? Afhankelijkheid gaat toch niet alleen over ziekte en zwakte? Eenzaamheid en gemis aan huid-op-huid-contact kennen we nog al te goed vanuit de coronatijd. Bij een te onafhankelijk opstelling groeit gebrek aan wederkerige intimiteit, gezelligheid, vrolijkheid, steun en warmte.

Ruud Abma: ‘Leven voor een leer. Anna Terruwe (1911-2004)’

Ruud Abma, ‘Leven voor een leer. Anna Terruwe (1911-2004), Marit Monteiro’, Stichting Psychiatrie en Filosofie (15 april 2025)

Terruwe vormde een bijzondere belichaming van een filosofisch geïnspireerde psychiatrie. (…) De wending die ze aan het begrip verdringing gaf voerde weg van de driftentheorie van Freud en stelde de menselijke rede centraal. Wanneer driften met elkaar in conflict zijn, elkaar verdringen, heeft de rede er geen vat meer op en kan een neurose ontstaan. In de behandeling is het zaak zich in te leven in de binnenwereld van de patiënt en deze rust en vertrouwen te geven, zodanig dat het gevoel weer onder leiding kan komen van de rede. (…) Terruwe had op haar vakgebied ook een meer theoretische zendingsdrang. In aansluiting op haar proefschrift en geïnspireerd door de ervaringen met haar clientèle ontwikkelde Terruwe een nieuw ziektebeeld: de frustratieneurose. (…) Het ging om een fundamentele onzekerheid die voortkwam een affectief tekort in de vroege kindertijd, een gebrek aan ‘bevestiging’. Door als therapeut de liefdevolle aandacht te geven die de patiënt bij de ouders had gemist, kon genezing plaatsvinden. Ze legde haar visie neer in haar boek De frustratieneurose (1962), dat tot in de jaren negentig herdrukt werd. Zij beschouwde dit boek zelf als de kern van haar oeuvre, ook omdat ze hier voor het eerst het begrip ‘bevestiging’ uitwerkte. (…) Bevestiging was meer dan een therapeutisch principe, het was ‘het grote verhaal van ons groots gemeenschappelijk perspectief dat onze menswording is’. (…) Omdat aandacht en liefde geven de kern waren van haar bevestigingsleer hield ze cliënten op moederlijke wijze dicht bij zich, soms zelfs letterlijk want aanraken was geen taboe in haar praktijk. (…) Terruwe stelde zich zelfverzekerd en zelfs dwingend op. Zelfoverschatting was haar niet vreemd, en in de aanloop naar belangrijke ontmoetingen wist ze zich enorm ‘op te pompen’ en maakte dan vaak een geëxalteerde indruk.